Hoe verloopt een arbitrale procedure? 

Een arbitrageprocedure kan inzake een heel aantal principes in belangrijke mate vergeleken worden met een procedure voor een overheidsrechter: erkenning van de rechten van de verdediging, bewaken van de tegensprekelijkheid van de procedure, respecteren van de wettelijke bepalingen inzake de materie waarover de betwisting bestaat, respecteren van de openbare orde enz..

Er zijn evenwel een reeks belangrijke verschillen:

  • Locatie van de procedure: de zaak wordt niet behandeld in een openbare zitting waar iedereen kan komen luisteren, maar achter gesloten deuren, meestal in het kantoor van de Arbiter of een door hem ter beschikking gestelde ruimte. Dit heeft als belangrijk voordeel dat de betwisting vertrouwelijk kan worden behandeld, op het door de Arbiter vastgestelde uur. Er dient derhalve niet gedurende uren gewacht te worden en niemand dan de partijen zelf mag aanwezig zijn, tenzij uitzonderingen en met toestemming van de partijen.

  • Procedure: Ofwel verloopt de arbitrage overeenkomstig het reglement van de organisatie die de arbiter aanstelt, ofwel dienen partijen een procedurereglement overeen te komen. De Arbiter maakt in dit tweede geval een voorstel over, “akte van opdracht” genaamd.

Partijen worden uitgenodigd voor een eerste zitting. Indien slechts één van de partijen de zaak aanhangig maakt, zal de Arbiter de andere partij(en) via een aangetekende zending aanschrijven inzake het verloop van de procedure.


De zaak kan gepleit worden op een zitting zoals bepaald door de Arbiter, maar mits akkoord van alle partijen kan een zaak niet alleen schriftelijk verlopen (geen aanwezigheid ter zitting nodig), maar ook onder bepaalde voorwaarden via video-conferencing.

Enkel indien partijen dit uitdrukkelijk zo hebben voorzien, kan er hoger beroep worden ingesteld tegen een arbitrale uitspraak. Dus doorgaans is een arbitrale uitspraak definitief, en kan deze niet door verzet en hoger beroep op lange termijn uitgerekt worden.

Slechts in zeer specifieke omstandigheden kan een partij de vernietiging van de arbitrale uitspraak vragen. Dit is dus iets anders dan een hoger beroep. Elke partij heeft drie maanden de tijd om dergelijke vernietigingsprocedure voor de Rechtbank van Eerste Aanleg in te stellen.

De omstandigheden waaronder dit kan zijn in hoofdzaak de volgende: ongeldige arbitrageovereenkomst, niet behoorlijke mededeling van de arbitrage, geschil waaromtrent geen arbitrage kon gevoerd worden, geen gemotiveerde uitspraak, foutieve samenstelling van het scheidsgerecht, overschrijding van het scheidsgerecht van diens bevoegdheden, strijdigheid van de uitspraak met de openbare orde.

Gezien het hier om zeer fundamentele vereisten betreft waaraan een arbitrageprocedure moet voldoen, zijn de verbrekingen die bij de rechtbank worden ingeleid en uitgesproken, eerder uitzondering dan regel.