Herroeping

De schuldbemiddelaar, en ook elke schuldeiser, kan op elk moment van de procedure een verzoek tot herroeping indienen bij de arbeidsrechter wanneer hij van mening is dat de schuldenaar:

  • bewust onjuiste stukken heeft afgegeven om tot de CSR toegelaten te worden of deze te behouden;

  • zijn verplichtingen op gelijk welke wijze niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

  • zonder gegronde reden zijn kosten heeft verhoogd of zijn inkomsten heeft verlaagd;

  • zijn onvermogen heeft bewerkt;

  • bewust valse verklaringen heeft afgelegd.

Een verzoek tot herroeping heeft tot gevolg dat de zaak terug voor de arbeidsrechter wordt gebracht.

Op de zitting zijn de schuldbemiddelaar, de schuldenaar en de schuldeisers die dit wensen, aanwezig. Op deze zitting beslist de arbeidsrechter of het verzoek tot herroeping al dan niet gegrond is. Als de arbeidsrechter de herroeping uitspreekt, betekent dit dat de procedure vervalt.  Als er reeds een overeenkomst bereikt werd met de schuldeisers, dan vervalt deze overeenkomst alsof ze nooit heeft bestaan en herwinnen de schuldeisers al hun mogelijkheden tot uitvoering. Dit heeft tot gevolg dat de schuldeisers alle kosten en intresten opnieuw kunnen opeisen.

Indien de arbeidsrechter van mening is dat een herroeping niet wenselijk of gerechtvaardigd is, worden er ter zitting nieuwe afspraken met de schuldenaar en de schuldbemiddelaar gemaakt.